Het ongeluk met boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico heeft
serieuze vragen opgeroepen over de veiligheid van boren naar olie en gas in
de diepzee.
Probleem voor westerse landen blijft dat diepzee-olie tot de schaarse
alternatieven behoort voor afkalvende conventionele olie- en gasvoorraden.
De resterende reserves raken steeds meer geconcentreerd in politiek riskante
gebieden, zoals het Midden-Oosten, Rusland en de Kaspische regio.
Eén van de meest veelbelovende vondsten van de afgelopen jaren betreft de
diepzee-olie voor de Braziliaans kust, die verborgen zit onder rotsgesteente
en zoutlagen tot vijf kilometer onder de oceaanbodem.
Braziliaanse diepzee
Het Braziliaanse semi-staatsbedrijf Petrobras wil de komende jaren volop
inzetten op de ontginning van de zogenoemde ‘pre-zoutgebieden’, zo blijkt
uit het maandag 21 juni vrij gegeven investeringsplan
voor de periode 2010 tot en met 2014.
In totaal wil Petrobras in vijf jaar 224 miljard dollar investeren, ofwel 44,8
miljard dollar per jaar – één van de meest ambitieuze programma’s in de
industrie. Hiervan moet 31 miljard dollar naar de ontwikkeling van
diepzee-olie in het ‘pre-zoutgebied’ gaan en 77 miljard dollar naar andere
winningsprojecten van olie en gas.
Petrobras mikt op een forse groei van de productie van olie- en gas, van 2,5
miljoen vaten per dag in 2009, naar 3,9 miljoen vaten in 2014 en 5,4 miljoen
vaten in 2020. Ter vergelijking: Shell denkt in 2012 3,5 miljoen vaten per
dag op te pompen en rekent daarna op verdere groei, zonder dat te
kwantificeren.
Veiligheid
De investeringen in de pre-zoutgebieden voor de Braziliaanse kust moeten
vanaf 2014 een productie van 241 duizend vaten per dag opleveren, en in 2020
ruim één miljoen vaten olie en gas.
De olieramp van BP is voor Petrobras geen reden om de eigen ambities terug te
schroeven. "Preventie is het belangrijkste instrument", stelde
topman Sérgio Gabrielli dinsdag 22 juni tegenover zakenkrant The Financial
Times.
Lees ook:
Groenink
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl